Directeurs en bonden kritisch voor Demirs plannen om lestijd te verhogen
Meer lestijd, minder vertrouwen?
Over Demirs plannen en wat er tussen de lijnen wringt
“Meer uren is een gemakkelijke slogan, geen kwaliteitsgarantie”
Er zijn van die beleidszinnen die op papier heerlijk klinken. 'Van elke lesdag een lesdag maken' is er zo eentje. Wie kan daar nu tegen zijn? Meer tijd op school = meer leren, toch?
Alleen: zodra je even voorbij de slogan kijkt, zie je waarom dit plan van minister Zuhal Demir in het onderwijsveld zo hard binnenkomt. Niet omdat directeurs of vakbonden 'tegen lesgeven' zijn, maar omdat de voorstellen een fundamenteel spanningsveld blootleggen: je kan onderwijstijd verhogen door de kalender voller te duwen, maar je krijgt niet automatisch betere onderwijskwaliteit als je ondertussen de werkvloer wegzet als lui, inefficiënt of 'te veel met randzaken bezig'.
De timing zegt soms alles
In het artikel vertelt een directeur hoe de aankondiging binnenkwam op de laatste examendag: leerkrachten zitten net in die periode waarin ze corrigeren, feedback voorbereiden, delibereren, gesprekken voeren, rapporten afwerken… kortom: dat stuk onderwijs dat je niet ziet als je de lesuren voor de klas telt.
Het misverstand: 'geen les' is niet hetzelfde als 'niets'
De plannen mikken op het terugdringen van lesvrije momenten: facultatieve vrije dagen schrappen, evaluatiedagen inkorten, deliberaties beperken, pedagogische studiedagen uit de lesdag duwen, 1 september en 30 juni verplicht volle lesdagen maken…
Op zich kan je sommige dingen begrijpen. Bijvoorbeeld: een lesvrije dag na verkiezingen is inderdaad niet vanzelfsprekend logisch. Maar andere ingrepen zijn kort door de bocht, omdat ze vertrekken vanuit één aanname: alles wat geen les is, is minderwaardig.
Terwijl kwaliteitsvol onderwijs net óók bestaat uit:
-
evalueren met zorg (en niet: 'rap rap punten invullen'),
-
delibereren met nuance (en niet: 'de volgende, hop, hop'),
-
feedbackgesprekken voeren die leerlingen daadwerkelijk helpen om vooruit te komen,
-
professionaliseren, afstemmen, bijsturen, samenwerken.
Dat zijn geen hobby’s. Dat is de motor achter het lesgeven.
Klassenraad 'hervormen': efficiëntie of verschraling?
Een van de opvallendste voorstellen: niet elke leerkracht moet nog aanwezig zijn op de klassenraad, mogelijk zelfs geen levensbeschouwelijke vakken, en de directeur beslist wie er nog bij zit.
Ik begrijp de reflex: deliberaties zijn intens en tijdrovend. Tegelijk is dit een van de weinige momenten waarop een leerling écht als geheel bekeken wordt, door mensen die hem/haar in verschillende contexten zien. De vakleerkracht levensbeschouwing, PAV, LO, taal… dat zijn soms net de plekken waar je gedrag, motivatie, sociale dynamiek en groei ziet. Dat zijn vaak de vakken waar een leerling net wél tot zijn recht komt.
Bij mijn recente observatiestage in Tongelsbos keek ik écht mijn ogen uit toen ik aanschoof bij oudercontacten waarbij het volledige lerarenteam aanwezig was. Ouders konden dus meteen vragen stellen aan iedereen die met hun kind werkte, en dat maakte een wereld van verschil. Geen eenzijdige indrukken, geen 'één titularis' die alles in twee minuten moet samenvatten, maar een echt gesprek met het hele team. Het werkte verrassend goed: genuanceerd, helder en vooral veel eerlijker voor alle betrokkenen.
Pedagogische studiedag: het enige moment dat niet kan 'tussen de soep en de patatten'
Ik snap dat ouders graag maximale opvang willen, en dat scholen niet zomaar 'vrije dagen' moeten uitvinden. Maar pedagogische studiedagen zijn niet bedoeld als vakantie voor het team. Dat is het moment waarop je schoolbreed kan werken aan de kwaliteit waar men zogezegd naar op zoek is.
Als je professionalisering samendrukt tot drie halve dagen hier en daar, dan krijg je bijscholing die vooral voelt als: “Hier is een PowerPoint, succes ermee.” Nieuwe competenties leer je zo niet aan. Zeker niet in een onderwijscontext die tegelijk hervormingen over zich heen krijgt (minimumdoelen, taalbeleid, inclusie, gedrag).
'Symboolpolitiek' vs. echte prioriteiten
In het artikel noemt een vakbond de ingrepen 'randfenomenen' en 'symboolpolitiek'. Sterke woorden, maar ik snap waar ze vandaan komen. Want het grootste probleem in veel scholen is niet dat er een pedagogische studiedag is.
Het grootste probleem is:
-
klassen die weken of maanden zonder vaste leerkracht zitten,
-
leerlingen die studie krijgen omdat er niemand gevonden wordt,
-
uitval door stress en burn-out,
-
een groeiend tekort aan gekwalificeerde leerkrachten,
-
te weinig ondersteunend personeel.
Als je huis in brand staat, begin je inderdaad niet met nieuwe gordijnen. Dan begin je met water.
Mijn takeaway
Het probleem is niet dat Demir 'iets wil doen'. Het probleem is de ondertoon: alsof onderwijs vooral beter wordt door strenger tellen, minder 'niet-les' en meer controle.
Terwijl de echte hefboom misschien net is: meer vertrouwen, betere omkadering, en ruimte om kwaliteit te bouwen.
Bron:
Dag David
BeantwoordenVerwijderenZo te zien hebben wij een gelijkaardig artikel gekozen voor onze blogs. Ik ben volledig akkoord met jouw takeaway van het hele gegeven. We bekijken het probleem ook vanuit hetzelfde perspectief. In mijn blog schreef ik over hoe pedagogische studiedagen net momenten zijn waar alle leerkrachten nog eens samen kunnen zitten. Deze schrappen zou volgens mij dus een averechts effect hebben dan wat Demir voor ogen heeft. Ik vind ook dat je heel duidelijk de problemen belicht die nu al aanwezig zijn en nog kunnen volgen uit deze nieuwe maatregelen.
Kortom ben ik blij dat we dit uit dezelfde ooghoek bekijken.
Groetjes
Lowie