Masterclass ‘Hoge verwachtingen'


 Hoge verwachtingen beginnen bij de koffiemachine

Tijdens een online lezing van Redwane Bouttaouane, programmaleider en trainer bij het Leerinstituut, stond één scherpe vraag centraal:

Geloven we écht dat alle leerlingen kunnen leren en groeien… en handelen we daar ook naar?

Hij begint niet in het klaslokaal, maar aan de koffiemachine. Want daar hoor je zinnen als:

“Van die klas moet je niet te veel verwachten.”

“Ik ken zijn vader, de appel valt niet ver van de boom.”

Volgens Bouttaouane zijn dat geen losse opmerkingen, maar signalen van lage verwachtingen. En die bepalen mee hoe we straks lesgeven: hoeveel tijd we iemand geven, hoeveel we doorvragen, hoe snel we beslissen dat ‘het toch niets wordt’.

We zijn minder neutraal dan we denken

Niemand kijkt volledig objectief naar leerlingen. Onze verwachtingen worden gekleurd door onder meer:

  • eerdere resultaten

  • broertjes of zusjes die we al kenden

  • labels (ADHD, dyslexie, ASS…)

  • taal, accent, dialect

  • kleding, verzorging en thuissituatie

  • zelfs een naam (Florentine roept iets anders op dan Destiny)

Iedereen heeft vooroordelen, benadrukt hij. De vraag is niet: “Heb ik ze?”, maar:
“Ben ik bereid ze onder de loep te nemen en bij te sturen als ze leerlingen beperken?”

Die bril beïnvloedt ons gedrag. Uit observaties blijkt bijvoorbeeld dat leraren:

  • méér bedenktijd geven aan leerlingen van wie ze hoge verwachtingen hebben

  • eerder doorvragen bij ‘sterke’ leerlingen

  • de beurt sneller doorspelen bij wie ze minder leerbaar achten

Voor de ene leerling blijft zo de gedachte hangen: “Ik kan het nog niet, maar als ik doorzet lukt het.” Voor de andere: “Ik kan het gewoon niet, dus ik houd mijn mond wel.”

Het experiment dat alles op scherp zette

Bouttaouane verwijst naar het klassieke onderzoek van Rosenthal en Jacobson:

  • leerlingen maken aan het begin van het jaar een test

  • een groepje wordt willekeurig bestempeld als ‘grote groeiers’

  • leraren krijgen te horen dat die leerlingen uitzonderlijk veel potentieel hebben

  • curriculum, klas en leraar blijven hetzelfde. Alleen de verwachting verandert.

Aan het einde van het jaar blijken die ‘grote groeiers’ ook écht meer vooruitgang te hebben geboekt. Niet omdat ze slimmer waren, maar omdat ze anders werden behandeld: meer kansen, meer vertrouwen, meer tijd.

De conclusie is hard maar helder: wat leraren denken over leerlingen stuurt hun gedrag, en dat gedrag stuurt de leerresultaten.

Hoge verwachtingen als kinderrecht

Bouttaouane koppelt dit aan het Kinderrechtenverdrag. Artikel 29 zegt dat onderwijs erop gericht moet zijn het volledige potentieel van kinderen te ontwikkelen.

Belangrijk onderscheid:

  • niet: iedereen moet topresultaten halen

  • wel: elke leerling heeft recht op een school die het beste uit hem of haar haalt

Hoge verwachtingen gaan dus niet over iedereen op hetzelfde niveau krijgen, maar over:

  • de overtuiging dat alle leerlingen kunnen leren

  • het weigeren om iemand op te geven vanwege postcode, achtergrond of thuissituatie

  • blijven zoeken naar interventies die kansen vergroten

Of zoals hij het citeert: “Smart is something you can get.

Slim zijn is geen vaste eigenschap, maar groeit met kansen en ondersteuning.

Misverstanden over hoge verwachtingen

Bouttaouane prikt drie misvattingen door:

Hoe hoger de lat, hoe beter:
Een té hoge lat leidt tot faalangst en prestatiedruk. Hoge verwachtingen zijn ambitieus én realistisch.

Het gaat alleen over gedrag in de klas;
Hoge verwachtingen zijn niet alleen doelen op het bord en mooie feedback, maar ook de overtuigingen en verhalen in ons hoofd. Als we die niet onderzoeken, lopen we telkens tegen dezelfde muur.

Het is iets van individuele leraren:
Leerlingen zitten niet bij één ‘topleraar’, maar op een school. Hun traject wordt bepaald door de schoolcultuur en het gezamenlijke geloof van het team dat het verschil kan maken.

Vier voorwaarden voor hoog én positief

Bouttaouane maakt een onderscheid tussen 'hoog' en 'positief':

  • 'hoog' = waar we de lat leggen

  • 'positief' = of we geloven dat leerlingen die lat kúnnen halen én of we de didactische vaardigheden hebben om hen daarbij te helpen

Hij noemt vier condities:

  1. Zicht op het actuele leerniveau

    Weten waar een leerling nu staat, op basis van recente observaties en opdrachten.

  2. Uitdagende maar haalbare doelen

    Minimumdoelen zijn geen plafond. Wat is de volgende stap voor deze leerling?

  3. Geloof in groei

    De overtuiging dat ook leerlingen met een moeilijke startsituatie kunnen vooruitgaan.

  4. Onderwijskundige bekwaamheid

    Differentiatie, duidelijke instructie en goede feedback zijn nodig om die verwachtingen waar te maken.

Ontbreekt er iets, dan krijg je:

  • lage maar positieve verwachtingen: warm en zorgzaam, maar de lat ligt te laag - potentieel blijft liggen

  • hoge maar negatieve verwachtingen: de lat ligt hoog, maar we geloven niet dat iedereen het kan - recept voor stress en faalangst

Het doel is dus: hoog én positief.

Tussen leerdruk en prestatiedruk

Een belangrijk spanningsveld is de toenemende prestatiedruk.
Bouttaouane maakt het onderscheid tussen:

  • leerdruk - gezonde spanning die bij groeien hoort

  • prestatiedruk - permanente angst om te falen, punten te missen of niet te voldoen

Leerlingen houden meestal wel van leren, maar niet van leven in een constante testmodus. Hoge verwachtingen zonder zorg voor welbevinden slaan al snel om in overbelasting.

De cultuurvraag: wat blijft er hangen in hun innerlijke stem?

Uiteindelijk draait de lezing om één confronterend punt:
De manier waarop wij met leerlingen communiceren, wordt de manier waarop zij met zichzelf communiceren.

Als wij liever, zorgzamer en bewuster worden in onze verwachtingen, verandert hun innerlijke stem mee.

Misschien is dat de eerlijkste vraag om mee af te sluiten:
"Bij welke leerling heb ik stilletjes, misschien zonder het uit te spreken, mijn verwachtingen verlaagd?"
"En wat gebeurt er als ik vandaag bewust besluit die lat weer op te trekken, en mijn handelen daarmee in lijn te brengen?"

Precies daar, tussen koffiemachine en klaslokaal, ontstaat stap voor stap een cultuur van hoge, positieve verwachtingen. Niet alleen voor 'sterke' leerlingen, maar voor iedereen die onze school binnenkomt.

Mijn eigen blik als stagiair

Wat Bouttaouane beschrijft, heb ik als stagiair zelf al pijnlijk helder opgepikt in de leraarskamer. Nog voor ik soms een klas binnenwandelde, had ik vaak al een compleet beeld meegekregen:

  • “Die klas is druk, succes!”

  • “Van die B-stroom moet je niet te veel verwachten, hoor.”

  • “Best geen Engels spreken (tijdens een les Engels?!) want dan kunnen ze niet volgen.”

Ik merkte hoe snel die uitspraken in mijn hoofd gingen zitten. Voor ik het goed en wel besefte, stapte ik een lokaal binnen met een soort voorgeprogrammeerde mindset: dit worden lastige leerlingen, dit wordt overleven. Om dan vaak het tegendeel te ervaren...

Het gekke is: op de momenten dat ik die beelden bewust naast me neerlegde en besloot om zelf te kijken en leerlingen opnieuw te leren kennen (waar je als stagiair spijtig genoeg maar beperkte tijd voor krijgt), gebeurde er iets anders. De 'moeilijke' leerling bleek vaak ook de meest gevatte, behulpzame of creatieve. De 'zwakke' klas had soms meer humor, veerkracht en potentieel dan je op basis van het praatje aan de koffiemachine zou vermoeden.

Die ervaring maakt deze lezing voor mij minder theoretisch en des te confronterender. Het is gemakkelijk om te zeggen dat we in alle leerlingen geloven. Het is iets anders om:

  • jezelf te betrappen op lage verwachtingen

  • eerlijk toe te geven dat je je laat besmetten door de 'coffee talk' of roddels

  • en dan heel bewust te kiezen om tóch hogere, positieve verwachtingen te blijven hanteren

Voor mij is dat dan ook de grootste takeaway:

Hoge verwachtingen beginnen niet met een beleidstekst, maar met wat ik mezelf opleg als ik een klaslokaal binnenstap:

“We hebben allemaal wel eens een slechte dag, elke leerling krijgt hier vandaag een nieuwe kans!

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Van den vos, een ram, een haas en… een aap?!

‘Het is gebeurd’: haalt Algemeen Nederlands de finale?

De eerste verrassing in mijn valies